Ga direct naar: Hoofdinhoud

Uit de tijdcapsule: “Je liet het ook toe, het was tenslotte Armand”

Door Guido Segers | 25 nov 2025
Armand
Foto: Peter de Koning - PDKfoto | bij Armand thuis op 20 april 2010

Armand; Nederlands bekendste hippie, protestzanger en cannabisambassadeur. Voor velen de zanger van de hit ‘Ben ik te min’, of die markante Eindhovenaar met rode lokken. Op 26 november 2015 vond Armand’s Laatste Show plaats in Effenaar. Dat was de naam van zijn uitvaart. Niet te serieus, wel waardig. Met muziek van onder andere The Kik, waarmee hij nog een innige band en samenwerking had opgebouwd. Samen met Marcel Groenewegen, bassist van The Kik en tevens schrijver van de biografie over Armand, blikken we terug op het icoon.

"Nu we langer leven is het zaak onze jeugd te verlengen en niet onze ouderdom!" Het staat op de muur in muziekcafé De Buun in Horst, ondertekend door protestzanger en Eindhovens icoon Armand. Inmiddels is het tien jaar geleden dat hij het aardse verliet. "Naar de eeuwige wietvelden," schreef fan en liedjesvertolker Pascal Audenaert op 2 november op Facebook. Hij speelde ter nagedachtenis liedjes van Armand tijdens een memorial in kunst- en krakersplek Ruigoord. Daar kennen ze Armand nog goed: hij trouwde er in 2005 in een sjamanistisch ritueel. Dit jaar klonk er zelfs een oproep aan burgemeester Dijsselbloem: vernoem een straat naar Armand. De zanger zelf had overigens liever een pleintje gehad. Maar wie was Armand eigenlijk, en waarom is zijn nalatenschap zo belangrijk?

“Hij was geen god, nog geen halfgod, maar wel een mens die inspireerde,” sprak bevriende schrijver Hans Tabbers tijdens de uitvaart van Armand in Effenaar, schreef Omroep Brabant. Marcel Groenewegen, bassist van The Kik, schreef de biografie van Armand. Een moeilijk project, want Armand hield graag vast aan het beeld dat mensen van hem hadden. “Iedereen in Eindhoven kende hem wel; men zag ’m lopen of had een persoonlijk Armand-verhaal. Hij stond bekend als de blowende hippie, de protestzanger. Maar dat iedereen hem zo zag en dat het zijn ‘unique selling point’ was, wist hij zelf ook donders goed.” Toch benadrukt Groenewegen dat Armand vooral mensen liet zien dat je gewoon jezelf kunt zijn. “Hij stond buiten de maatschappij, maar was ontzettend betrokken en sociaal. Die rol heeft hij zijn hele leven volgehouden.” Bij de uitvaart verwoordde Derrick Bergman van het Verbond voor Opheffing van het Cannabisverbod het zo: “Net als Simon Vinkenoog… was Armand een discipel van de eigen ervaring. En niemands meester, niemands knecht.”

Armand
Foto's: Peter de Koning - PDKfoto | Bij Armand thuis op 20 april 2010

Man met vele gezichten

Groenewegen leerde de muzikant goed kennen, ook zijn verborgen kanten. “Armand was een gezellig, amicaal groepsdier. Hij kwam altijd te laat, gaf iedereen dan een knuffel en zei: ‘Nu eerst een blow vouwen.’ Dan nam hij een enorme hijs, zat een halve minuut stil en dan kwam er een rookwalm uit ’m. Daarna konden we beginnen. Dat liet je ook toe — het was tenslotte Armand.” Toch meent Groenewegen dat veel mensen de volledige mens achter het icoon niet kennen. “Armand had ook een harde, zakelijke kant. Hij was enorm sociaal betrokken, maar had ook muren om zich heen. Ik denk dat dat te maken heeft met zijn jeugd…”

Armand werd geboren op 10 april 1946 in Eindhoven als Herman George van Loenhout. Hij groeide op in een typisch katholiek arbeidersgezin. Als kind was hij vaak ziek, vertelde hij aan Vrij Nederland: “Ik lag ik weet niet hoe vaak in het ziekenhuis. Vier keer had ik longontsteking, en waarschijnlijk ook TB. Twee keer was het echt kantje boord, met 41 graden koorts en zo. Waar ik bij zat, zeiden de doctoren tegen mijn moeder: dat ventje haalt de twintig niet.” Later moest hij naar een kuuroord in Wijk aan Zee, waardoor hij zijn familie weinig zag. Hij deed er vaak luchtig over, maar Groenewegen denkt dat het hem gevormd heeft. “Armand had zijn ouders en zus enorm lief, en hij was dus lange periodes alleen en op zichzelf aangewezen. Dat heeft hem hard gemaakt, maar ook strijdbaar.” In het kuuroord kwam hij in aanraking met een andere, vrijere wereld. Hij las er ‘verboden boeken’, speelde ‘gewaagde liedjes’ en trad op voor de andere kinderen. Dat beviel hem wel.

“Je Suis Armand”

Terug thuis nam Armand accordeonles en begon hij muziek te maken naast zijn baan als telexist bij Philips. Het verhaal van zijn artiestennaam komt daarvandaan. Zijn collega Toon stuurde berichten naar een aantrekkelijke Franse telexiste en noemde zich daarbij ‘Antoine’. “Allo, ici Armand. Herman, weet je wel?” Althans, dat is het verhaal dat Armand graag vertelde. Het kan ook zijn dat de naam beter paste bij het Frans-Engelse repertoire van zijn bandje Armand et les Gilets. Armand was altijd al een man met een mening, dus toen hij protestzangers als Bob Dylan ontdekte - van wie hij ook wel eens iets wilde coveren -, klikte er iets. Het protest zat bij Armand in het bloed, merkt Groenewegen op. “Dat was absoluut geen pose, dat protest had hij echt in hart en nieren zitten.” 

De rock-’n-roll lag Armand wel, en later kwam daar het Nederlandstalige bij — waar hij toevallig mee in de kijker speelde bij Huub Terheggen, directeur van Radio Luxemburg. Met hulp van Peter Koelewijn als producer hielp Terheggen Armand aan zijn eerste professionele opname. Armand kon al snel stoppen bij Philips, ook al had hij nog geen hit, en werd een opvallende verschijning met bolhoed, stropdas en gekleurde broeken. Ook dat was protest, vertelde hij aan Leidse Courant: “Een protest tegen al die grijze en blauwe broeken met brede omslagen. Om zulke dingen maak ik me kwaad. En als ik dat voel, ga ik mijn liedjes schrijven. Over de kleinzieligheid van ouders, de overheersing van het kapitaal, de elitaire rechtspraak en – ja, ook – de huichelachtigheid van de jeugd.”

Armand
Foto: Hans Joachim Schrîter

Piek en dal

Die elitaire rechtspraak is dan ook de reden dat ‘Ben ik te min’ een hit werd: een lied over een meisje in Roosendaal met wie hij niet mocht omgaan. Eigenlijk was het een c-kant. Armand bood het label een song aan over een in de doofpot gestopt incident bij een ontgroening, waarbij een jongen om het leven kwam. Daar wilde het label zijn vingers niet aan branden, dus werd b-kant ‘Een van hen ben ik’ de single. ‘Ben ik te min’ werd snel als extra nummer opgenomen en werd, nadat Veronica-dj Jan van Veen het draaide, een enorme hit. Groenewegen bevestigt dat het succes nooit meer geëvenaard werd. “Maar dat interesseerde hem niet zoveel. Hij wilde vooral muziek maken en zo vrij mogelijk leven. In die periode is hij ook begonnen met dealen.” Armand kwam in 1962 in contact met softdrugs in Antwerpen, vertelt Groenewegen. “Hij reed dus vaak naar de Antwerpse haven en zag daar wel een handeltje in. Daar zag hij overigens geen enkele contradictie in; hij schaamde zich daar ook niet voor. Dat is dat zakelijke dus. Daar moet je ook hard en duidelijk zijn. Ook was er hoestsiroop of pillen die hij dan doorverkocht. Zo kon hij die levensstijl vasthouden.”

Armand bleef muziek maken en stapte over van platenlabel Phonogram naar Telstar (volgens sommige bronnen was Phonogram klaar met zijn teksten over wiet en hasj). Bij het label van Johnny Hoes nam hij nog een aantal platen op, maar rond 1983 liep ook dat vast en begon zijn donkere periode en raakte zijn carrière in een slop. Groenewegen las ook de dagboeken van Armand uit die tijd. Daarin vond hij een lijst met alle drugs die de zanger ooit geprobeerd had, iets waar Armand in interviews ook wel open over sprak. “Die lijst was enorm, hij had alles wel geprobeerd. Hij is dan ook uiteindelijk verslaafd geraakt, in de jaren tachtig zat hij aan de cocaïne. Daar sprak hij vrij makkelijk over, die verslaving en dat dealen. Iemand anders zou zich daarvoor schamen, maar hem interesseerde het niet zoveel. Hij had niet zoiets van: ‘Dat had ik beter niet kunnen doen’…”

“Ik wil zelf niet eens weten wie ik ben”

Armand verdwijnt in die verslaving, maar blijft sporadisch shows spelen. “Muzikaal ging het ook niet zo lekker en platenmaatschappijen waren ook wel klaar met hem. Dus toen is hij uit beeld geraakt.” Armand raakte ook in de problemen qua geld en belandde in de bijstand. Zijn tweede vrouw, met wie hij twee kinderen had, scheidde van hem vanwege de drugs. Ook wilde het muzikaal, ondanks de Nederpophype in die periode, niet lukken en raakte hij in een depressie. Uiteindelijk krabbelt hij op en regelt in de jaren negentig zijn eigen management en blijft spelen. Blowen blijft hij doen, en langzaam maar zeker wordt hij het karikatuur met roodgeverfd haar wat iedereen in Eindhoven kende. “Hij stond niet in de grote clubs, maar dan stond hij wel in allerlei kroegen met zijn gitaar gewoon tussen publiek als de troubadour te spelen. En dan had hij een heel netwerk en die dat regelde hij allemaal zelf,” beaamt Groenewegen. 

Armand
Foto: Peter de Koning - PDKfoto | Bij Armand thuis op 20 april 2010

Over het dealen schaamde Armand zich niet, maar Groenewegen liep in gesprek over die periode toch tegen een muur aan. Armand zei zelf: “Hoe durven mensen zo dicht bij mij te komen om erachter te komen wie ik ben. Ik wil zelf niet eens weten wie ik ben.” In zijn boek heeft de muzikant van The Kik wel geprobeerd een beeld te schetsen via gesprekken met anderen, maar Armand liet zelf weinig los. “Als het ging over zijn ex-vrouwen, dan gingen de muren omhoog. Die relaties zijn niet op een goede manier geëindigd en ook het contact met zijn zoons was slecht. Ik denk dat hij daar wel steken heeft laten vallen, maar dat zou hij ook nooit toegeven. Daar was hij te eigenwijs voor, maar ik denk dat hij dat wel wist…Het dealen kon hij wegwuiven, maar het emotionele, daar had hij het liever niet over.” 

Comeback

Armand speelt vrolijk door tot hij in 2011 plots op tv verschijnt in Op Volle Toeren van Ali B, waarin Nederlandse hitmakers van weleer gekoppeld worden aan opkomende rappers. Rapper Nina doet een versie van ‘Ben ik te min’, en Armand een liedje van haar. Ineens hoort een hele nieuwe generatie ‘Ben ik te min’, en Armand vindt meer aansluiting bij de rappers dan met zijn leeftijdsgenoten. Naar eigen zeggen heeft hij Eindhovense rapper Kempi geleerd een chillum te roken. Ondertussen zijn The Kik en Lucky Fonz III bezig met een cover van ‘Want er is niemand’ van Armand, vertelt Groenewegen: “Het nummer heeft drie coupletten. Dave (von Raven, red.) zou er één zingen, Lucky Fonz de andere, en die opperde toen om Armand te vragen. Dat leek ons tof, dus hij belde hem op en kort daarna stond hij in de studio. Dat was zo leuk dat we hem mee naar Lowlands namen, een plaat met hem opnamen en op tour gingen.” 

Armand genoot van spelen met een groep. Hij was onder de indruk van de voorliefde voor pure rockmuziek op oude apparatuur, vertelde hij aan het AD: “Ik krijg er peper van in mijn reet. Het is net alsof ik weer 17 jaar ben en sta te spelen in zaal De Poort van Kleef in Eindhoven. The Kik gebruikt dezelfde apparatuur als wij destijds… Maar het gaat die jongens van The Kik strikt om rock-’n-roll. Ik ben aangenaam verrast.” Het proces had ook wel uitdagingen, beaamt Groenewegen, want Armand had zijn eigen regels. “Eigenlijk mocht er niet gerookt worden in de studio van Frans Hagenaars. Armand kreeg een uitzondering, want ‘no blow, no show’ is zijn credo. Hij was ook altijd te laat, want Armand leefde ’s nachts. Dan namen wij in de ochtend op, en eind van de middag kwam hij eens aanzetten. Daar deden we verder niets mee, het was zijn verworven recht. Hij was ook een enorme kletsmajoor, hij had een heel repertoire. Zo ontstond ook het idee van het boek; ik dacht: ‘Dat schrijft zichzelf.’”

Armand
Foto: Lenny Oosterwijk | persfoto Armand & The Kik

Op ‘Armand & The Kik’ schreef de Eindhovense zanger stiekem die biografie zelf. Het prachtige album opent met het ironisch getitelde ‘Comeback’: 

“Eens was ik bekend, daarna een tijdje niks
En toen was ik er zo maar weer
Al had ik er niet eens iets voor gedaan
Het overkwam me zomaar want voor carrière voel ik niks
Ik kan niet tegen die sfeer
Het simpele leven, daar komt het op aan
Voor je bekendheid was je een mens
Maar dan word je ′n symbool
Voor jezelf ben je ongrijpbaar
Het kan niet op, die enorme gouden bergen
Het publiek kijkt tegen je op
Je wordt een werkmansidool
Totdat je stem de DJ verveelt
Al kan ik me daar persoonlijk niet zo aan ergeren”

“Neem het leven niet te serieus, je overleeft het toch niet”

Tijdens de tour bleek dat Armand behoorlijk ziek was. Dat was eigenlijk nooit zo’n issue, omdat de Eindhovenaar er telkens weer bovenop kwam, zegt Groenewegen. “Hij was wel vaak ziek en heeft ook in het ziekenhuis gelegen, maar daar waren we eigenlijk niet zo mee bezig. Elke keer leefde hij op van de shows — dan was hij euforisch en zo blij met die reactie. Later, nu ik erop terugkijk, was het natuurlijk echt slecht. Zijn zus Hanne heeft hem vaak gereden en er doorheen gesleept. Ze moedigde hem aan om toch te spelen. In Paradiso was het zo slecht dat hij zich echt moest vasthouden aan de microfoon. Toen zagen we het wel… Er waren momenten dat hij op het podium wilde sterven, maar ook momenten waarop hij niet meer wilde. Dan wist je dat hij écht ziek was.”

armand
Foto's: Peter de Koning - PDKfoto | Bij Armand thuis op 20 april 2010

Armand overleed op 19 november 2015. De band was geschokt: “Het was niet zomaar iemand met wie we speelden. Armand was een vriend van ons geworden. Een vriend die overleed — dat was zwaar… We dachten dat hij nooit zou sterven, dat heb je bij sommige mensen.” De uitvaart vond plaats in de Effenaar op 26 november 2015: ‘Armand’s Laatste Show’. In het boek Memories Can’t Wait: 40 jaar Effenaar blikte hij nog terug op 1975, toen het “blowvolk” de Effenaar uitgewerkt werd vanwege subsidies, volgens hem: “Die pot geld kregen ze alleen als er geen drugs meer gebruikt zouden worden… Als je ’t mij vraagt waren het kei gezellige tijden.” Dat tijdens zijn uitvaart eenmalig het rook- en blowverbod werd opgeheven, zal hem ongetwijfeld deugd hebben gedaan. Eerder dat jaar zei hij bij De Wereld draait door nog: “neem het leven niet te serieus, je overleeft het toch niet.” Dat maakte zijn uitvaart waar, met veel muziek van The Kik, Lucky Fonz III en Bergus Borgers (en meer) en toespraken van vrienden vol anekdotes. Niet te serieus, wel waardig in een bomvolle Effenaar.

Erudiete vrijbuiter forever

Armand werd nooit een superster. Wat dat betreft lijkt zijn plek in de muziek op die van Jaap Fischer: te koppig, te intellectueel, te kritisch. Maar bij het horen van ‘Ben ik te min’ krijgen meerdere generaties vochtige ogen. Het idee van eigenwaarde, midden in een verzuilde klassemaatschappij, wat dat betreft zou Gen Z Armand ook prima te pruimen vinden. Zijn teksten verraden bovendien het intellect achter de ‘blowende hippie’, meent Groenewegen. “Hij was super belezen en sprak meerdere talen, één van de meest intelligente mensen die ik ooit ontmoet heb. Adri-Jan Hoes van Telstar noemde hem ooit ‘erudiet’. Hij wist veel en kon overal over meepraten. Bovendien had hij een soort fotografisch geheugen. Hij kon lappen tekst zo oprakelen. Ik denk dat hij een bovengemiddeld IQ had en hij wist precies wat er gaande was in de wereld.” Wat Armand hij daar anno 2025 van zou vinden? “Nou, verschrikkelijk denk ik… Hij was echt iemand van de verbinding namelijk.”

“Armand was niet zomaar iemand, hij heeft een indruk gemaakt op veel mensen en laat veel herinneringen na. Uiteindelijk wilde Armand muziek maken en leven als een vrijbuiter, een bohemian, volgens zijn eigen regels. Hij heeft nooit een kantoorbaan gehad, en geleefd zoals hij wilde. Hij liet zien dat dit kan.” Symbool, icoon, karikatuur, maar boven alles een mens. Zijn grootste hit raakte een hele generatie mensen die in hun hart en hij leefde een leven als in een schelmenroman. Niet perfect, maar wel authentiek. Ben ik te min? Zeer zeker niet. 

Armand ontdekken? Lees het boek ‘Armand: en nou ik (Uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar / Top Notch). Een goede eerste kennismaking zou het titelloze album zijn van Armand & The Kik

Contact

Dommelstraat 25611 CK Eindhoven

info@effenaar.nl+31 (0)40 311 83 12