Björn van der Doelen: ‘Ik heb voor zestigduizend man gevoetbald en nu ben ik zenuwachtig?’
Door Tijs Heesterbeek | 10 mrt 2026
Op 10 april stellen Björn van der Doelen en de Huursoldaten hun nieuwe plaat voor aan het publiek. De ex-voetballer staat nu langer op de planken dan dat hij in het veld stond. Toch neemt hij de lessen die hij binnen de lijnen geleerd heeft mee in al zijn andere werkzaamheden.
Het is een week voor carnaval. In de knus ingerichte woonkamer van Björn van der Doelen hangen de jassen met patches al in de warmte van de houtkachel. “Er moeten nog wat nieuwe emblemen op genaaid worden, vandaar dat de naaimachine er nog staat.” Hij wijst naar het apparaat op zijn robuuste houten keukentafel.
Oostenrijk
De oude dokterswoning – waar het hout domineert – heeft wel iets weg van een Oostenrijkse berghut. Dat is geen toeval. Björn kwam er vroeger al vaak met zijn ouders, en ook met zijn vrouw en drie kinderen is het een geliefde vakantiebestemming. En nu heeft hij er ook met zijn Huursoldaten, in een oude almhut, de nieuwe plaat ‘Maandag Als We Rijk Zijn’ opgenomen. Volgens Björn straalt de plaat dezelfde ongedwongen sfeer uit die daar ook in de Alpen hing. “Ik dacht tijdens een vakantie toen ik uitkeek over die bergen: als je hier een plaat zou opnemen, wordt daar alles beter van; luchtiger, rustiger, in plaats van een donkere studio ergens op een industrieterrein. Het was een geweldige week. Geen gesodemieter, gewoon spelen. En op z’n tijd wat lekker eten en drinken.”

Het gevoel rond die plek helpt niet alleen bij de totstandkoming van de muziek van Björn, maar ook van zijn teksten. Zo zong hij al eerder over de achterbank van zijn ouders op weg naar de vakantiebestemming, grote kans op weg naar diezelfde streek als waar deze plaat is opgenomen. Is hij zo’n melancholicus? Björn lacht: “Jazeker. En ik schrijf ook altijd heel autobiografisch. Ik denk ook bij elke plaat dat het verhaal wel is verteld, maar dan komt er toch altijd wel iets bovendrijven en schrijf ik toch weer een liedje. De afgelopen tijd zijn we veel in Oostenrijk geweest, dus dat komt dan bijna automatisch binnengedruppeld in de liedjes. Het is niet zo dat ik daar vooraf heel bewust mee bezig ben ofzo. Maar dat deze ervaring nu zo op plaat staat, is wel echt te gek!”
Onafhankelijkheid
En nu gaat hij ermee optreden, te beginnen in Effenaar. Ook daar zit niet meteen een heel strak plan achter. “We hebben wat dingetjes staan, die releaseshow in de Kleine Zaal, wat theaterdingetjes, dan weer solo, of met z’n drieën, want een achtkoppige band kan je niet gemakkelijk ergens neerzetten. Ja, het is wat het is. Zo is het al jaren. Maar iedereen legt zich erbij neer, en dat blijft het leukste aan muziek maken; je hebt een idee, je komt bij elkaar en je gaat er iets mee doen. Dat wordt dan op een LP geperst en dan koopt niemand het. Hahahaha!”
“Kijk, ik vind het gewoon leuk om dingen te verzinnen”, vervolgt hij. “Al is het een liedje, merchandise of een carnavalsembleempje. Maar daarna moet je het aan de man brengen, en daar heb ik minder zin in. Dat ik dan een filmpje moet opnemen van: ‘Kom allemaal kijken in de Effenaar!’ Verschrikkelijk. Ik vind het al te gek als ik in een theaterzaaltje van 150 man speel. Ik heb ook niet de illusie dat we de wereld gaan veroveren met deze nieuwe plaat. Zo ga ik ook niet meer zo snel naar Groningen voor een optreden. Wat moeten ze daar met mijn dialect? Of in een flashy tv-programma zitten. Gewoon lekker aanrommelen met een kleine fanbase en van daaruit vette optredens hebben is het mooist.”

Maar Björn is de eerste die zijn bevoorrechte positie beaamt: “Doordat ik jong gestopt ben en de financiële zekerheid van mijn voetbalpensioen heb, kan ik inderdaad heerlijk in de luwte wat aanrommelen. Ik snap het ook niet waarom mensen die financieel onafhankelijk zijn alleen maar rijker willen worden, en het zich voor zichzelf zo moeilijk maken. Waarom?! Waarom doe je dat in godsnaam allemaal? Dat houdt inderdaad ook in dat de zaal misschien niet altijd vol zit, maar er zijn ergere dingen. Ook daar kom ik wel weer overheen. Dat is ook het voordeel met de muziek ik maak; met een rockband heb je meteen een entourage nodig. Maar met mijn gelul… Ik ben altijd fan geweest van Queen en Freddie Mercury en mijn jongste vroeg laatst: ‘als jij zo kon zingen als Freddie Mercury, had jij dan dezelfde muziek gemaakt?’ Ik reageerde: ‘ik denk het niet. Dan was ik een fucking rockgod geweest in een rockband!’ Hahaha. Maar dat is niet zo. Voordeel van mijn muziek is dat dat ook prima werkt voor intieme gezelschapjes waar je laat binnen kunt komen, in kunt prikken en aan de gang kunt. Of zelfs niet eens hoeft in te prikken en alleen maar je akoestische gitaar uit je koffer hoeft te halen. Ik ben gewoon ook graag thuis, dus is het handig als ik laat binnenkom en op tijd weer naar huis ga. Elk nadeel heb z’n voordeel!”, citeert hij een oud-voetbalcollega.
Met Jan Smit op de camping?
Dat voetbalpensioen zoals hij het zelf noemt, daar moeten we het even over hebben. Want Björn heeft al een heel professioneel leven achter zich. Op zijn tiende werd hij gescout door PSV en negen jaar later tekende hij daar zijn eerste profcontract. Na tussenstops bij Standard Luik en FC Twente beëindigde hij zijn sportloopbaan bij NEC in Nijmegen. Hoe kwam muziek eigenlijk in zijn leven? “Ik was al heel jong met voetbal bezig. Maar er werd al wel veel muziek gedraaid bij ons thuis, van Julio Iglesias (toevallig ook een ex-voetballer, red) tot Ad de Laat. Ik denk ook dat ik van die laatste het Brabantstalige heb overgenomen. Ik wilde eigenlijk altijd drummer worden, maar ons pap vond dat een slecht idee omdat we in een rijtjeshuis woonden. Toen ik een elektrische gitaar kocht, kreeg ik meteen een koptelefoon van ‘m. Maar ik was in die tijd vooral bezig met voetballen en school. Pas toen ik een profcontract bij PSV tekende begon ik serieus met lessen, eigenlijk alleen omdat ik het lekker vond om te pielen en daarin te verdwalen. Het is ook heel fijn om naast het voetbal nog iets te hebben om aan te rommelen.”

In 2006 brengt Björn zijn eerste nummer ‘Bende Mal’ uit. Deze verschijnt op verzamelaars met welluidende titels als ‘Hollandse Sterren Jaaroverzicht Top 50’ en ‘Op De Camping Top 100 2006’ tussen artiesten als Jan Smit, John De Bever (ook al een ex-profvoetballer), Grad Damen, Heino en de George Baker Selection. “Ik speelde nog bij NEC en één van die gasten achter Gompie van de hit ‘Alice, Who the Fuck Is Alice?’ was een sponsor van NEC en vroeg of ik niet eens een singletje wilde uitbrengen. Die dachten daar wel iets commercieels uit te kunnen halen, hahaha! Ze vroegen of ik met een tape wilde meezingen, maar ik wilde wel meteen met een liveband.”
Van zestigduizend naar dertig
Toch is zijn eerste optreden niet in een feesttent of op de camping, maar solo in Meneer Frits - het oude café van het Muziekgebouw, nu M - tijdens een Ad van Meurs Presenteert-avond. “Dylan [red. de zoon van wijlen Ad van Meurs, red.] was toen nog jong en vond ‘Bende Mal’ wel een leuk liedje. Ik stond een keer na een Ad van Meurs Presenteert-avond buiten te kletsen met Ad en een gezamenlijke vriend. Ad zei tegen mij: ‘anders kom je een keer bij mij spelen’. Toen ik daarna weer naar binnenging, draaide hij zich om naar onze gezamenlijke vriend en vroeg: ‘Maar serieus? Is dat iets?’”
“Bij dat eerste optreden stond ik echt voor twintig of dertig man, waaronder mijn hele familie en ik dacht: ‘ik heb voor zestigduizend man gevoetbald en nu ben ik zenuwachtig? Het heeft nog lang geduurd voordat ik echt op m’n gemak was op het podium. Maar ik voelde wel meteen dat dit is wat ik wilde doen. Ik heb ook altijd gezegd dat het een voordeel is dat ik niet zo veel kan. Op een gegeven moment moet je je ambities bijstellen aan je talent, hahaha. Dat heb ik geleerd in de topsport. Dus je bent genoodzaakt om de dingen die je wél kan voor je laten werken en je daar comfortabel bij voelen. Je hebt van die mensen die álles heel goed kunnen, dan zijn de mogelijkheden eindeloos. Dat is bij mij niet het geval. Dat is wel een voordeel”, lacht hij.
Alles zelf doen
Voor iemand die zegt dat hij niet veel kan, staat er toch een imposant rijtje aan bezigheden op zijn website; van liedjesschrijver, podcastmaker, theatermaker en -speler (onder andere de voorstelling ‘Ziel van Carnaval’ samen met Mike Weerts) en voice-over. Maar je kan Björn ook inhuren als Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand. “Ik werd gevraagd door iemand die al vaker naar mijn optredens was geweest. Hij vond mijn verhalen tussendoor wel leuk. Ik reageerde dat ik niet wist of ik dat durfde of kon. Maar mijn vrouw haalde mij over. Toen ben ik gaan googelen en kwam ik erachter dat je BABS voor één dag kan worden, of een tweedaagse cursus kan doen. Het heeft me achthonderd euro gekost en nu weet ik dat mij persoonlijkheid geel-groen is… En vervolgens mocht ik toch dat huwelijk niet voltrekken omdat het dorp alleen met eigen BABSen werkte.”
Een ander opvallend ding op zijn website; hij heeft geen manager. Overal staat zijn eigen telefoonnummer en emailadres onder als contactgegevens. Ook tekenend: zijn platenlabel heet Val Allemaal Maar Kapot Ik Doe Het Zelf Wel – Records. Hij wil duidelijk niemand boven zich die hem zegt wat hij moet doen. “Nee, want dan zit er eigenlijk iemand tussen. Ze kunnen het beter mij meteen vragen. Dan zeg ik wel ja of nee. Ik doe gewoon het liefst alles zelf. Ik stopte met voetbal en ik zei: ik zie wel wat er op me afkomt. De essentie is: ik doe het uit behoefte om iets te creëren. Ik vind alles leuk: als het gaat over een podcast maken of een verhaal schrijven wanneer mensen gaan trouwen, alles is te gek.”
Maar wat als het allemaal niet meer lukt? Wat als hij niet meer geboekt wordt, of de creativiteit opdroogt? Björn klopt op de keukentafel en wijst naar buiten, waar een tuinset van dezelfde maker staat. “Ik denk al jaren dat ik wel meubelmaker zou willen worden. Letterlijk iets maken met je handen. Ik vind het werken met hout fascinerend. Met die buitentafel heb ik wat meegeholpen, stel dat ik bij zo iemand in de leer kan en lekker in stilte iets moois in elkaar kan zetten... Want af en toe word je ook best moe van je eigen gelul bij die optredens.”
En dan lachend: “Dus als er over een tijd opeens op mijn website ook ‘meubelmaker’ in het lijstje staat, kun je me gewoon bellen he!”



