Achter de plaat met MEROL: Radicale eerlijkheid, tietenharnassen en een uitstekende kut
Door Lola Heijdt | 18 mei 2026
Op vrijdag 20 november zet Nederlands popicoon MEROL onze Grote Zaal op z'n kop. En dat ook nog eens met een nieuwe plaat op zak. Op 1 mei zag Leve De Feeks het levenslicht; waarop ze de schaamte voorbijgaat. Schurend, eerlijk en super kwetsbaar. Een mooi moment om met MEROL in haar verse tracks en de verhalen daarachter te duiken; van inspiratie uit boeken tot een tietenharnas met super soakers, en van rauwe kwetsbaarheid tot een uitstekende kut.
Ik spreek MEROL (Merel Baldé) de dag voor haar albumrelease, tussen de bedrijven door. Ze is haar haar aan het krullen, wanneer ze op het scherm verschijnt. Het zijn de laatste voorbereidingen voordat haar nieuwe muziek, en alles wat daarin besloten ligt, de wereld in gaat.
Merel legt gauw haar krultang weg. “Ga rustig door” zeg ik nog, maar dat wil ze niet. Ze wil met volle aandacht het gesprek voeren. Dit album, Leve De Feeks, draait om iets fundamenteels: de schaamte voorbij, kiezen voor radicale eerlijkheid en daarmee op je aller kwetsbaarst zijn.
“Alle boeken die ik de afgelopen jaren heb gelezen, zitten in mijn lichaam en komen er op allerlei manieren weer uit.”
Voor dit album trok Merel zich terug in de bibliotheek van Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Geen toevallige keuze. “Ik ben ook het archief in geweest. Al die boeken - het is niet normaal, er is daar zó veel. Ik wist natuurlijk in grote lijnen waar mijn nieuwe album over moest gaan, en daar is al best veel over geschreven. Dus ik wilde naar een plek waar die geschiedenis ligt. Die researchperiode was voor mij heel belangrijk. Ik vind het fijn om er boeken bij te pakken, om mijn eigen ervaringen aan te vullen met hoe andere vrouwen daarover hebben geschreven. Om het iets minder alleen mijn eigen verhaal te maken.”
Ik vraag welke boeken haar zijn bijgebleven. “Grappig, normaal krijg ik in interviews de vraag: welke artiesten inspireren je?” zegt Merel. Ze laat even een stilte vallen. “Maar ik laat me eigenlijk niet zo zeer inspireren door muziekartiesten. Inhoudelijk haal ik mijn inspiratie veel meer uit theater en boeken”. Soms wil ik een kind van Jantine Jongebloed speelde een belangrijke rol. Daarin beschrijft ze haar fluctuerende kinderwens. “Op een gegeven moment vraagt iemand haar: ‘Zou je váder willen worden?’ Toen ik dat las, werd er voor mij wel een zaadje geplant. Ik dacht direct: hé, daar zit een liedje in.” Ook het werk van Anja Meulenbelt was belangrijk. “Alle boeken die ik de afgelopen jaren heb gelezen, zitten in mijn lichaam en komen er op allerlei manieren weer uit.”
“Ik dacht dat ik de eerste was die over beffen schrijft”
“Ik werd ook nederig van Atria als plek om te schrijven.” Merel dook in protestmuziek uit de jaren zeventig en tachtig en vond een oud liedboek met nummers die werden gezongen tijdens demonstraties, bijvoorbeeld voor abortusrechten. “Het leuke is dat ik teksten tegenkwam waarbij ik dacht: oh ja, ik dacht dat ik de eerste was die over beffen schrijft, maar dat is helemaal niet zo.” Ze lacht. “Alleen die zijn in de vergetelheid geraakt. Dat maakte me ook wel bewust van de traditie of geschiedenis waar ik onderdeel van ben. Het podium dat ik nu krijg, is vrijgemaakt door deze mensen.”
Waren die teksten net zo expliciet als die van haar nu? “Ja, heel expliciet. Maar het verschil is dat het geen popliedjes waren, het waren protestliedjes. Daar zat bijvoorbeeld een tekst in als: ‘Ik kom niet klaar, want hij is alleen met zichzelf bezig.’ Protestmuziek moet ook gewoon duidelijk zijn. Popmuziek is vaker verpakt in een metafoor, zodat het toegankelijker is.” Dat spanningsveld herkent Merel: “Ik begon vrij expliciet, maar ben me gaandeweg meer gaan conformeren. Ik wilde op de radio, groter worden. Alles staat dan in het teken daarvan. Daardoor heb ik ook liedjes gemaakt die wat braver zijn, vaak in samenwerkingen met songwriters. Dat levert soms leuke dingen op, maar mijn kracht en smaak ligt toch bij het expliciete en letterlijke. Dat is mijn eerste natuur.”

Alles op het podium is theater
Met Leve De Feeks keert Merel terug naar die natuur. In een interview met Humo zegt ze: ‘Ik ben nog nooit zo radicaal eerlijk geweest als op deze plaat.’ “Ik reageer constant op wat ik hiervoor hebt gemaakt. Zo werkt het ook met foto’s van mezelf van een paar jaar geleden. Dan denk ik altijd: wat had ik toen stomme kleren aan. Die weerstand tegen mijn jongere zelf, heb ik dus ook bij mijn muziek. Ik hou van elk liedje, maar het mag extremer, harder, grilliger.” Dat zat hem in de tekst én de muziek. “Omdat mijn teksten nu zo eerlijk en onverbloemd zijn, wilde ik dat qua muziek benadrukken. Het werd ruiger en rauwer, omdat die tekst dat afdwong. Tijdens liveshows merk ik ook dat ik het meest geniet van liedjes met een boodschap. Daar zit de meeste overgave.”
Zo’n persoonlijk album maken is één ding. Het vervolgens live brengen is de volgende stap. “Dit album performen vraagt veel van me, ook als actrice, en dat vind ik juist leuk. Ik ben bezig met: wat is de emotie of intentie van het nummer? In plaats van alles zingen alsof je in een karaokebar staat mee te zingen met jezelf”, zegt ze lachend. Ze noemt Rosalía als voorbeeld. “Zij is iemand die een verhaal vertelt, maar soms ook gewoon losgaat. Dat is een keuze: wanneer draag je een verhaal over en wanneer vibe je op de muziek. Alles op het podium is theater. Het gaat om keuzes maken. Vanuit popmuziek wordt daar soms een beetje op neergekeken, want ‘theater’ houdt in: je best doen.”
Tietenharnas
De keuzes die Merel maakt als het gaat om podiumbeeld zijn in ieder geval net zo helder als haar teksten. Er verschijnen twee siliconen tieten in beeld. “Oh sorry, trigger warning” lacht ze. “Deze was ik toevallig aan het opladen. Dit is het tietenharnas. Dat zit vast aan een Super Soaker met een kolfapparaat.” In haar nummer Mommy zingt ze: Mama is een sekssymbool, mama is een popidool. “Dat vind ik dus ook de humor: ik laat letterlijk zien wat ik zing. Ik sta op te treden, maar ben ook aan het kolven. Je maakt er een soort iconisch beeld van. Mensen staan met open mond op de eerste rij wanneer ik met die Super Soaker langsloop.
Maar het is meer dan humor, voor Merel. “Voor mij is dit juist ook kwetsbaarheid. Net zo kwetsbaar als alleen met een gitaar op het podium staan. Kwetsbaarheid is niet ‘zo min mogelijk’ doen. Het is ergens voor gaan staan en dat vol overgave doen. Dat kan dus ook heel hard en ruig zijn.”

Ik wil het opnemen voor het Paaspoppubliek
Tijdens Paaspop speelde Merel haar nieuwe album al, maar recensies stelden dat het publiek daar nog niet klaar voor leek te zijn. “Ik wil het eigenlijk opnemen voor het publiek”, zegt ze. “Ik speelde mijn nieuwe album, waar nog maar drie liedjes van uit waren. Ik heb geen ‘lekker met de meiden’ gespeeld. Natuurlijk zingen mensen dan nog niet mee. De vibe was meer: wat gebeurt hier? Maar dat vond ik helemaal niet negatief. Ik heb wel zin in dat de plaat uitkomt en mensen mee gaan zingen. Ik geloof zelf gewoon heel erg in dit album. Het schrijven heeft me bevrijd, en het live spelen voegt daar nog een laag aan toe. Nu ga ik het ook echt allemaal hardop zeggen! Dat voelt kwetsbaarder dan ooit.”
Op een festival je nieuwe album performen is natuurlijk heel anders dan een warm bad van een clubtour, waarin mensen echt voor jou komen. “Ik heb wel wat wilde plannen. Ik wil de grenzen van een concert oprekken en kijken wat er als actrice mogelijk is op een poppodium. Ik zit nu in de Leve de Feeks-wereld, wat past daar allemaal in? Bij de releaseshow komt een vrouw in straps hangen die luchtacrobatiek doet. Ik zag een video waarin ze op mijn nummer Rode Seks Feeks performde en dacht meteen: wie ben jij en kun je mee? Ik vind het leuk om daarin verder te denken. Álles kan. Dus… misschien doe ik wel een monoloog”, lacht ze.
Uitstekende kut
Het nummer waar Merel het meest trots op is, heet Uitstekende Kut. Een dubbele betekenis. “Dat is een liedje dat ik zelf had willen horen toen ik vijftien was. Ik maak me zorgen over schaamlipcorrecties en de beautyindustrie waarin vrouwen niet ouder mogen lijken. Je moet eruitzien als een kind. Dat vind ik eng.” Dus schreef ze het zelf. “Als een liedje nog niet bestaat, moet je het zelf maar maken. Mijn eigen onzekerheid overwinnen en daar vervolgens kunst van maken, daar ben ik wel trots op.”
En nu mag iedereen het horen. Merel duikt terug in de voorbereiding voor haar releaseshow van morgen. Tietenharnas en Super Soaker in de aanslag. De wereld in, op haar allerkwetsbaarst.


