Daniel Johnston


singer-sonwriter partly seated


and John Dear Mowing Club + Charles Frail


 

 

Daniel Johnston is het best bewaarde geheim van de American music scene. Singer/songwriter Daniel Johnston wordt vaak in één adem genoemd met geniale maar getroebleerde geesten als Syd Barrett, Brian Wilson en Roky Erickson: ook Johnstons leven is één grote strijd met een chronische, psychische ziekte. In tijden dat zijn leven werd geregeerd door waandenkbeelden, bracht hij vaak zijn eigen leven én dat van anderen in gevaar.

Ondanks zijn ziekte heeft Johnston zich toch kunnen vestigen als één van de meest getalenteerde singer/songwriters van de afgelopen 20 jaar. Met name de alternative/underground rock scene (Sonic Youth, Yo La Tengo, Butthole Surfers, Half Japanese, Nirvana …) omarmden hem als het best bewaarde geheim van de American music scene.

Tot aan de jaren 90 bestond het oeuvre van Johnston voornamelijk uit amateuristisch opgenomen cassettes, waarop zijn kinderlijke stem en het slordige, onbeholpen gitaar- en pianospel zijn songwriters talent bijna naar de achtergrond duwden. Hij zong voornamelijk over verloren liefdes, het onvermogen tot communiceren, zijn liefde voor de Beatles en de stripheld Captain America. Zijn liedjes stralen een soort kinderlijke, bijna pijnlijke naïviteit uit. Door zijn muziek, maar ook door zijn spraakmakende gedrag, werd hij thuis in Austin, Texas een locale held.

Pas toen MTV in 1985 de ‘music scene’ van Austin kwam filmen, brak hij door als nationale cultfiguur. Zijn cassettebandjes doken ineens op in hippe platenzaken van Boston tot LA en iedereen die zichzelf als cool beschouwde, had het over hem. Er was echter ook een keerzijde aan dit succes: zijn ziekte werd commercieel gezien net zo sterk uitgebuit als zijn muzikaliteit. Johnstons gedrag hielp daar niet aan mee: aan het eind van de jaren 80 moest hij weer twee keer in een inrichting worden opgenomen.

Het onafhankelijke label Homestead was inmiddels begonnen met het uitbrengen van Johnstons oeuvre op vinyl zodat meer en meer mensen zijn meesterschap konden ontdekken. Spoedig daarna trad hij niet alleen solo op, maar ook met geestverwanten als Jad Far (Half Japanese) en Butthole Surfer Paul Leary, tot dusver de beste producer en medemuzikant die Johnston heeft gehad. Aan het eind van de jaren 90 en in het nieuwe millennium nam hij, volgens sommigen, zijn beste werk op: aanstekelijke pop met helder klinkende gitaren en primitieve keyboardpartijen koppelde hij aan een naïeve kijk op de wereld.

De recent uitgebrachte tribute dubbel-cd The Late Great Daniel Johnston: Discovered, Covered, met niet alleen zijn oorspronkelijke uitvoeringen, maar ook Johnston-covers door o.a. Beck, Tom Waits en Eels, behoort tot de hoogtepunten uit zijn carrière.