Spinvis


LPG


 

Op deze tweede paasdag bied de Effenaar met de show van Spinvis een fantastisch alternatief voor de autoshow of de meubelbloulevard.

Toen Erik de Jong, alias Spinvis, drie jaar geleden schijnbaar vanuit het niets debuteerde met een in alle opzichten verpletterend album, kreeg hij al snel het etiket 'Vinex-pop' te verduren. De Jong bestond het namelijk om in het Utrechtse slaapstadje Nieuwegein te wonen, in plaats van in de grote stad of desnoods op het platte land. Daarbij had hij de plaat eigenhandig, zonder tussenkomst van anderen, ingespeeld en opgenomen in zijn thuisstudio. Uit die summiere informatie viel gemakkelijk een aanlokkelijk beeld te destilleren, te weten: dat van de enigszins wereldvreemde, maar geniale knutselaar die in het culturele vacuüm van zijn nieuwbouwwoning tot een verpletterend kunstwerk was gekomen. De tuinman in Being there, zeg maar, gewapend met gitaar en computer, in plaats van schoffel en hark. Het hoesontwerp, waarop een met stift beschreven cassettebandje (ja kinderen, dat hadden we vroeger, cassettebandjes) was afgebeeld, benadrukte dat beeld nog eens.

Dat zo'n beetje alle Nederlandse dance en hiphop op zolderkamertjes in nieuwbouwwijken wordt opgenomen, en De Jong bepaald geen savant was, maar een geschoolde muzikant met een behoorlijke staat van dienst, stond de mystificatie niet in de weg. Spinvis werd de stem van suburbia, de man die de glasbak bezong en het bord waarop staat 'u bevindt zich hier'. Dankzij het nummer Herfst en Nieuwegein werd zijn woonplaats ineens een magisch-realistische plek waar het altijd najaar was en de regen permanent tegen de dakkapellen hamerde.

De Jong heeft zich die wellicht wat al te gemakzuchtige beeldvorming aanvankelijk gewillig laten aanleunen, of althans niet ontkracht. In eerste instantie schuwde hij de publiciteit, waardoor het imago met de muzikant op de loop kon gaan. Toen hij eenmaal de openbaarheid zocht, bleek Spinvis gewoon een jonge veertiger met een punkverleden en een halfvoltooide conservatoriumopleiding, die nog met Urban Dance Squad-gitarist René van Barneveld en Gert van Veen (Quasar) in een newwaveband had gezeten. Bepaald niet de wereldvreemde Vinex-nerd waarvoor de pers hem op grond van zijn muziek had gehouden, maar een uiterst consciëntieus musicus die hooguit een laatbloeier genoemd kan worden.

Inmiddels ageert Spinvis in vraaggesprekken fel tegen knipselmapecho's als 'knutselpop' en 'nieuwbouwbard'. De manier waarop het langverwachte tweede album tot stand is gekomen, lijkt zelfs een reactie op dat hardnekkige imago. Heette het tussendoortje nog Nieuwegein aan Zee, op Dagen van gras, dagen van stro ontbreken alle verwijzingen naar het geluk van de geschakelde doorzonwoning.

Spinvis bevindt zich niet langer 'hier', maar doet op album nummer twee onder meer Europa en Mexico aan. Opnieuw is het verleidelijk om die geografische weidsheid een metaforische lading mee te geven, alsof De Jong zijn blikveld heeft verruimd. Ditmaal heeft hij gebruik gemaakt van muzikanten (veelal dezelfde met wie hij optreedt), wier partijen hij samplede en op beproefde manier weer aan elkaar plakte. Het resultaat is dus zowel het werk van een eenling als van een collectief, een organisch collage.

Daarmee is niet gezegd dat Dagen van gras een totaal ander album is dan z'n voorganger. Waar sommige Spinvisliefhebbers op voorhand vreesden voor al te radicale koerswijzigingen - in het ergste geval: een knieval voor de kleinkunst, ingegeven door de tenenkrommend kitscherige versie van Voor ik vergeet door Lenette van Dongen - blijkt dat De Jong z'n oorspronkelijke uitgangspunten trouw is gebleven. Zo is het openingsnummer, met de typisch Spinvisiaanse titel Ik wil alleen maar zwemmen, een eenvoudig liedje met een enorme klankrijkdom. Het begint met een lome, bijna Afrikaanse gitaarpartij, die gaandeweg gezelschap krijgt van onder meer opzettelijk blikkerig klinkende drums, een electro-synth-lijntje en een ijl huilende pedal steel. Een compositie als spekkoek - laag voor laag opgebouwd - zoals we die van het debuut kennen.

Kom in de cockpit is de eerste echte verrassing van het album: een spetterende dot sixties-punk met orkestrale accenten, waarmee elke twijfel over Spinvis' toenadering naar de cabaretwereld op weerbarstige wijze wordt weggenomen. Minstens zo verrassend zijn de hakkelende jazzritmes, de repeterende pianoakkoorden en de avantgardistische poëzie van het nummer Lotus Europa, dat drie keer zo lang duurt als een gemiddelde Spinvissong, maar waarvan elke seconde fascineert.

In Flamingo roept het nieuwe bandlid, acteur/trompettist Hans Dagelet, Sketches of Spain van Miles Davis in herinnering, terwijl in Aan de oevers van de tijd John Lennon de piano lijkt te beroeren. Doelbewust of niet, de plaat is een bonte verzameling van (stijl-) citaten, die de basis van een aardige popquiz kunnen vormen.

Maar de wijze waarop Spinvis ook nu weer een peilloze melancholie weet aan te boren, is minder makkelijk te benoemen. Als luisteraar ben je weerloos tegen de ontroering, omdat je niet weet waar die vandaan komt. Tuurlijk, in Aan de oevers van de tijd doen de dramatische strijkarrangementen hun werk, evenals de eenzame meisjesstem die door het refrein wordt gevlochten. Maar dat verklaart maar half waarom je met een brok in de keel zit te luisteren naar de wederwaardigheden van ene Josefien en Mike en hun bruine Citroën. Alsof De Jong een emotionele G-plek beroert waarvan de luisteraar het bestaan niet eens wist. Dat volstrekt unieke talent maakt Spinvis tot een van de beste liedjesschrijvers in het Nederlandse taalgebied en Dagen van gras de beste Nederlandstalige plaat van het jaar. Met afstand.

bron: JERRY GOOSSENS; Parool 06-12-2005.